Eerst en vooral wil ik stellen dat mijn redenering om tot een eerder besluit te komen dat art 24.7 niet van toepassing is op T kruispunten aan de doorlopende zijde volgens mij nog altijd een zekere logica inhoudt.
Ja, maar men kan wetgeving niet gaan uitleggen volgens ieders aparte logica ...
Wetgeving dient didelijk en ondubbelzinnig te zijn.
Vraag1 : Waarom zou jullie interpretatie van "naastbijgelegen" juister zijn dan mijn interpretatie?
Omdat ze strookt met de tekst in het Internationaal Verdrag over het Wegverkeer.
België heeft dit verdrag geratificeerd en hoort het dus in de eigen verkeerswetgeving na te leven.
Volgens de wegcode.be uitleg is dat dus niet het geval.
Vraag2 : Zouden jullie er kunnen inkomen dat diegenen die de wegcode in '75 hebben geschreven misschien speciaal deze ingewikkelde zinsconstruktie hebben gebruikt om er net de nadruk op te leggen dat je wel mag parkeren aan de doorlopende kant?
De wegcode van 75 was niet het begin van alles, er was nog de wegcode van 68, en daarvoor zal er ook wel wat geweest zijn.
Er was ook het internationaal verdrag inzake wegverkeer dat geëerbiedigd dient te worden.
Vraag3 : Wat is de zin van het verbod op de bermen aan de doorlopende zijde?
Vraag4: Wat is de zin van het verbod in de agglomeratie in straten die breed genoeg zijn?
Het kruispunt vrij en bruikbaar houden om richtingsveranderingen ongehinderd te laten verlopen en de zichtbaarheid goed te houden.
Wie zegt dat de straten breed genoeg zijn, diegenen doorgaans natuurlijk net die er tegenover willen parkeren ...
Sting zijn voituur is dus aangereden door een vrachtwagen van Ivago (afvalophaling in Gent) terwijl hij tegenover een zijstraat stond ...
Vraag5 : Wat is het nut van het verbod bij schuine straten als je niet zou mogen parkeren aan de doorlopende zijde in de parallellogram die gevormd zou worden?
Het kruispunt vrij en bruikbaar houden om richtingsveranderingen ongehinderd te laten verlopen en de zichtbaarheid goed te houden.
Gegeven 1: De openbare weg houdt op waar het priveterrein begint,
Fout.
Private eigendommen die publiek toegankelijk zijn, vormen in de huidige interpretatie in de rechtbanken een deel van de openbare weg.
Gegeven 4: Om te bepalen waar je mag parkeren volgens 24.7 hou je alleen rekening met de randen van de dwarsrijbaan en niet met de randen van de rijbaan waar je wil parkeren.
Fout.
Het parkeerverbod in Art 24.7 is de uitwerking van het parkeerverbod voorzien in het internationale verdrag inzake het wegverkeer, en dat spreekt enkel over een parkeerverbod "in de nabijheid" van een kruispunt.
Gegeven 5: Om te bepalen waar we mogen parkeren 24.7 houden we rekening met "de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan"
Dat is de tekst van 24.7
Gegeven 6: Een werkelijke rand loopt niet door op de plaats waar een straat toekomt aan een kruispunt.
Soms wel, bvb bij een doorlopend trottoir.
Meestal loopt de werkelijke rand inderdaad niet door, daarom gebruikt men de theoretische verlenging van de dwarsranden.
Mijn interpretatie van naastbijgelegen is nog altijd: Naastbij is niet aan de overkant van de straat.
Waarom niet ?
Dit is puur je eigen
Er staat naastbij, dit betekent dichtbij.
Jij duidt op
naast, maar dat staat er niet.
Van het moment dat "naast" / "aanliggend" gebruikt wordt, is Art 24.7 in strijd met de bepalingen van het internationale verdrag op het wegverkeer ...
Al de werkelijke randen waarmee ik rekening hou liggen het dichtste bij de plaats waar ik wil parkeren, naastbij.
Je dient niet de werkelijke randen te volgen, maar hun verlengingen.
Iedere werkelijke rand wordt denkbeeldig net zover doorgetrokken tot je kan bepalen waar je mag parkeren.
Je trekt die verlenging dan maar zo ver door dat het je goed uitkomt ...
Op T kruispunten ga ik ervan uit dat aan de doorlopende zijde geen naastbijgelegen randen zijn, vermits er aan die kant geen dwarsstraat is.
In de tekst van het internationaal verdrag inzake wegverkeer, is geen enkel onderscheid gemaakt inzake de verschillende aard van verschillende kruispunten.
Daar geldt het parkeerverbod "in de nabijheid van de kruispunten", met de afstand te bepalen door de nationale wegteger.
Er is geen enkele discussie dat er ook aan de doorlopende overzijde nog altijd een kruispunt is.
Bijgevolg moet het verbod er gelden.