Transmissie
1e 3,416
2e 1,700
3e 1,218
4e 0,918
5e 0,731
Achteruit 3,214
Eindoverbrengingsverhouding 3,850
Wat wil dit eigenlijk allemaal zeggen?
De transmissie is de groep onderdelen die de draaiende beweging van de krukas van de motor overbrengt naar de aandrijfwielen.
De draaiende beweging van de krukas wordt via de koppelingsplaat, die op de ingaande as van de versnellingsbak steekt, overgebracht naar de versnellingsbak.
De versnelling bepaalt via welke tandwielen van verschillende grootte de beweging van de ingaande as van de versnellingsbak overgebracht wordt naar de uitgaande as van de versnellingsbak.
De uitgaande as van de versnellingsbak brengt de draaiende beweging over naar het differentieel, waar de eindoverbrenging naar de aandrijfassen van de wielen plaatsvindt.
De totale overbrengingsverhouding bedraagt bijvoorbeeld in 1ste versnelling 3,416 x 3,850 = 13,1516. Dit wil zeggen dat (bij rechtuit rijden) de aandrijfwielen 1 omwenteling maken wanneer de krukas van de motor 13,1516 omwentelingen maakt.
Motortype
Cilinderinhoud (cc) 1349
Boring x slag (mm) 74,0 x 78,4
Kleppen per cilinder 4
Maximumvermogen [kW (pk) / tpm] 55 (75) / 6000
Maximumkoppel (Nm / tpm) 119 / 3500
Compressieverhouding 10,0
En wat moet ik hier eigenlijk uit onthouden?
In de motor zitten cilinders waarin een zuiger op en neer gaat. Via de krukas wordt deze op en neergaande beweging van de zuigers omgezet in een draaiende beweging.
De boring is de diameter van zo een cilinder. De slag is de afstand waarover de zuigers zich van boven naar beneden en omgekeerd in de cilinders verplaatsen. Bij deze motor is de slag groter dan de boring, wat voor een "soepele" motor zorgt: ook bij lagere en hogere toerentallen dan dat waarbij hij zijn maximum koppel (= draaikracht) bereikt, levert hij nog een behoorlijk koppel, zodat je niet al te veel moet schakelen. Is de boring groter dan de slag, dan spreekt men van een "overvierkante" motor. Deze heeft een groter maximum koppel, doch is minder soepel.
Uit de boring en de slag kan aldus het volume bepaald worden dat bij één zuigerslag verplaatst wordt. Vermenigvuldig je dit met het aantal cilinders, dan krijg je de totale zuigerverplaatsing. Er wordt evenwel meestal met een verkeerde term naar verwezen, namelijk de cilinderinhoud.
Deze motor heeft 4 kleppen per cilinder: 2 voor het openen van het inlaatspruitstuk, en 2 voor het openen van het uitlaatspruitstuk. Vroeger hadden de meeste motoren slechts 1 inlaatklep en 1 uitlaatklep per cilinder. 4 kleppen zorgen evenwel voor een betere doorstroming.
Het maximum vermogen is de maximale hoeveelheid arbeid die de motor per tijdseenheid kan leveren.
Het maximum koppel is de maximale trekkracht die de motor kan leveren.
Een compressieverhouding van 10,0 betekent dat de ruimte in de verbrandingskamer van de cilinderkop en in de cilinder boven de zuiger, wanneer deze in zijn laagste stand staat, 10,0 maal verkleind wordt wanneer de zuiger zijn hoogste stand bereikt heeft. Een grotere compressieverhouding leidt tot meer rendement, doch de bovengrens is deze waar het bradnbaar mengsel van benzine en lucht teveel samengeperst wordt, en daardoor in brand geraakt. Dit noemt men "pingelen". Een dergelijke verbranding is niet wenselijk, omdat ze zich niet progressief verspreidt, zoals wanneer het brandbaar mengsel op het optimale tijdstip ontstoken wordt door een elektrische vonk aan de electroden van de bougie.
Een dieselmotor heeft een veel hogere compressieverhouding. Tijdens de inlaatslag komt er immers geen brandbaar mengsel in de motor, doch enkel lucht. Tijdens de volgende slag, de compressieslag, moet deze lucht zodanig sterk samengedrukt worden, dat ze warm genoeg is om de daaropvolgend ingespoten brandstof te doen ontbranden.