Auteur Topic: Gratis parkeren?  (gelezen 3103 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Bertje

  • Gevorderde
  • ***
  • Berichten: 246
  • Geslacht: Man
Gratis parkeren?
« Gepost op: zondag 01 april 2007 - 10:57:18 »
Ik ben gisteren iemand tegengekomen die niet betaalt wanneer hij parkeert in een zone waar betalend parkeren geldt.
Wanneer zo een overtreding vastgesteld wordt, wordt er een bonnetje onder je ruitenwisser gestoken met de vermelding dat je 'gekozen' hebt voor langparkeren en wordt je verzocht om een bepaald bedrag te betalen. Betaal je dit niet, krijg je achteraf een brief om je aan te manen tot betaling. Betaal je nog niet, krijg je een brief van een deurwaarder met wat dreigende taal en een verhoging van het te betalen bedrag met €50. Na nog wat wachten krijg je nog eens een brief van een deurwaarder. En als je nog langer wacht hoor je niets meer.

De verklaring van die man is de volgende: parkeerwachters zijn geen bevoegde personen en kunnen dus geen officiele vaststellingen doen die kunnen dienen als bewijs (behalve als de parkeerwachter vergezeld is van een (hulp)agent, maar in dat geval zou dit duidelijk op het bonnetje moeten staan en kan je beter meteen betalen). Bovendien zouden zij de wet op de privacy schenden door het adres op te vragen van de inschrijver van het voertuig (via de nummerplaat).
Nog een bedenking die hij maakte is dat een deurwaarder pas in actie kan komen als er een vonnis is; wat er niet kan komen omdat er geen officiële vaststelling van de overtreding is gebeurd.
Zijn conclusie is dat het hele systeem van parkeerretributies berust op de domheid en/of angst (voor de deurwaarder) van de brave Belg.

Klopt dit allemaal?

Offline jozef

  • Administrator
  • Meer dan expert
  • *****
  • Berichten: 12.597
  • Geslacht: Man
  • Viva Bavaria !
Re: Gratis parkeren?
« Reactie #1 Gepost op: zondag 01 april 2007 - 14:35:06 »
Neen, dat klopt niet, dat is cafépraat.

Overtredingen tegen het betalend p
"Ich misstraue Menschen, die Hunde nicht mögen. Aber ich traue jedem Hund, der Menschen nicht mag."

Offline Bertje

  • Gevorderde
  • ***
  • Berichten: 246
  • Geslacht: Man
Re: Gratis parkeren?
« Reactie #2 Gepost op: zaterdag 07 april 2007 - 13:42:09 »
Citaat van: Marc
Met betrekking tot de parkeerretributies en de vaststelling van de "inbreuk" daarop door private ondernemers heb ik de volgende bedenkingen:

de wet van 22 februari 1965 geeft aan gemeenten de bevoegdheid parkeerheffingen in te stellen die van toepassing zijn op motorvoertuigen. Gewoonlijk hanteren de gemeenten het volgende stelsel:
- een laag tarief voor een beperkte duur;
- een hoog (halve dag) tarief;
- wordt er niet betaald, dan wordt men geacht gekozen te hebben voor het hoog tarief.

De vraag rijst of een parkeerheffing een belasting, dan wel een retributie is. Het onderscheid tussen beide is niet altijd even duidelijk, maar heeft niettemin enig belang.

Het Hof van Cassatie heeft reeds geoordeeld dat het parkeergeld verschuldigd door een bestuurder van een autovoertuig die zijn voertuig parkeert op een plaats waar een parkeermeter is aangebracht, geen belasting is doch een vrijwillig betaalde retributie voor een dienst van de gemeente. (Cass. 20 november 1972, Arr. Cass. 1972, 279.)

Daaruit mag men zeker niet afleiden dat parkeerheffingen altijd retributies zijn. Een retributie is immers een vergoeding die de overheid vordert als tegenprestatie voor een bijzondere dienst die zij in het belang van zekere burgers heeft geleverd. Het bedrag moet in redelijke verhouding staan tot het belang van de verstrekte dienst (Cass. 10 mei 2002, AR C010034F, te raadplegen op http://www.cass.be ). Een omzendbrief van 26 mei 2000 bevestigt dat een retributie gekenmerkt wordt door:
- een billijke vergoeding van de kostprijs;
- voor een door de overheid verrichte dienst aan een particulier;
- in diens persoonlijk belang;
- en op zijn vrijwillig verzoek.

Voldoet een parkeerheffing niet aan die criteria dan is het niet uitgesloten dat zij wordt gekwalificeerd als een belasting (Zie: Advies 3-2004 van de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur d.d. 29 april 2004). De belastingsaard wordt volgens de hoger vermelde omzendbrief overigens benaderd:
- wanneer naast de kostprijs ook beleidsondersteunende factoren (vb. mobiliteitsbeleid) meespelen in de bepaling van het tarief;
- wanneer ook het algemeen belang gediend wordt door de dienstverlening.

Een parkeerheffing die als retributie wordt gecatalogeerd, moet ingevorderd worden langs civielrechtelijke weg. De gemeente kan zichzelf geen uitvoerbare titel verschaffen. Bij een belasting kan dit wel.

De concessie van openbare dienst

De concessie van openbare dienst is een administratief contract waarbij de overheid, een particulier of een publiekrechtelijk orgaan tijdelijk ermee belast, onder haar gezag en mits naleving van de door haar bepaalde voorwaarden, een openbare dienst op eigen kosten en risico te exploiteren tegen een vergoeding die normaliter op de gebruikers wordt verhaald.

De concessie heeft een contractueel en een reglementair bestanddeel. Het reglement dient om de gebruikers te binden.

In het kader van de parkeerheffingen wordt meestal de volgende dienst in concessie gegeven: het beheer van openbare parkeerplaatsen (met het bijhorende toezicht en inning van vergoedingen).

De concessiehouder gelast zich met de exploitatie van deze dienst op voorwaarde dat hij van de gebruikers een vergoeding mag eisen waarvan de opbrengst niet alleen de exploitatiekosten dekt, maar hem ook een winst zal verzekeren.

Is de vergoeding die de concessiehouder van de gebruiker kan vorderen wel een(parkeer) retributie?

De vergoeding die aan de gebruiker wordt opgelegd, is een bedrag dat wordt genegotieerd tussen de gemeente en de concessiehouder. Het spreekt voor zich dat het resultaat van deze onderhandelingen niet hoeft te eindigen in een “billijke vergoeding” van de kostprijs. De concessiehouder beoogt immers niet alleen de exploitatiekosten te dekken, maar ook winst te maken. Ook de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer wijst hierop in haar advies 37/2003 van 28 augustus 2003.

Identificatie van de wanbetaler

Wanneer de gemeente vaststelt dat voor een bepaald voertuig geen retributie werd betaald, dan zal zij de eigenaar van dit voertuig dienen te identificeren.

Art. 6 §2, 2° van het K.B. van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, bepaalt dat het repertorium van de voertuigen (DIV) kan worden geraadpleegd voor de identificatie van de natuurlijke of rechtspersonen die belastingen of retributies verschuldigd zijn inzake de verwerving, de inschrijving, de inverkeerstelling, het gebruik of de buitengebruikstelling van een voertuig.

Men zou kunnen opwerpen dat een parkeerretributie wordt geheven op een dienst, zoals ook blijkt uit vaststaande cassatierechtspraak zodat dit artikel niet kan worden ingeroepen. Niettemin kan men redelijkerwijs aannemen dat parkeerretributies vallen onder de categorie “retributies inzake het gebruik van een voertuig”.

De Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer meent overigens dat enkel de gemeenten zich op deze bepaling kunnen beroepen. (Advies 37/2003 van 28 augustus 2003) Dit strookt met het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel dat moet geëerbiedigd worden inzake privacy.

De vraag rijst of de gemeente zich nog steeds op art.6 §2, 2° van het hoger vermelde K.B. kan beroepen indien men het repertorium raadpleegt om de gegevens vervolgens aan de concessiehouder door te geven. De Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer meent van niet. (Advies 37/2003 van 28 augustus 2003) De identificatie gebeurt op dat ogenblik met de bedoeling de inning van de concessievergoeding mogelijk te maken. Het betreft dan geen retributie zodat art.6 §2, 2° niet van toepassing is.

En wat als de concessiehouder of de gerechtsdeurwaarder de informatie bij de DIV zou trachten te bekomen?

Aangezien de identificatie van de wanbetaler ertoe strekt een concessievergoeding en geen retributie te innen, kunnen deze personen zich niet op art. 6 §2, 2° beroepen, aldus de Privacycommissie. (Advies 37/2003 van 28 augustus 2003)

Wat is overigens de bewijswaarde van de genomen foto’s?
De foto’s vermelden schijnbaar niet het uur waarop zij genomen zijn. Zelfs mocht dit zo zijn: de datum en uur van het toestel wordt door de bedienaar van het toestel ingesteld; niets garandeert dat de datum en uur op de foto wel degelijk dezelfde als die van de "overtreding" zijn. Behoudens vergissing zijn dergelijke toestellen niet bij wet omschreven en is er ook niets voorzien om de ijking, en daardoor de juistheid van datum en uur, te garanderen. Anderzijds stelt zich de vraag of er op de foto ook vastgesteld kan worden dat de "inbreuk" wel in een zone plaatsgreep alwaar een ticket of schijf gebruikt moet worden. Wel wordt soms in close-up een foto genomen van een eventueel, beweerdelijk vervallen, parkeerticket. Dit ticket vermeldt het uiterste uur van geldigheid. Mijns inziens kan men geenszins bewijzen dat de foto werd getrokken nadat het parkeerticket was vervallen. De bewijswaarde van de foto’s kan derhalve ten zeerste worden betwist.

Jurisprudentie

Op 14 mei 2004 velde de Vrederechter te Aarlen-Messancy een vonnis dat integraal het advies 37/2003 van de Privacycommissie van 28 augustus 2003 overnam. De door de eiser (concessiehouder) verzamelde persoonsgegevens werden uit de debatten geweerd, omdat zij werden verkregen in strijd met art.6 §2, 2° K.B. 20 juli 2001 en de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Afsluitend: privacy is een grondrecht

Het weze eraan toegevoegd dat art.8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en art. 22 G.W. een inmenging in het privé-leven enkel tolereren indien dit expliciet wordt voorzien en toegestaan door de wet en dit slechts indien een wettig doel voor handen is. Het is duidelijk dat conform het advies van de Privacycommissie er niet voldaan is aan de eerste vereiste, met name een “carte blanche” van de wetgever.

Daarenboven kan men zich de vraag stellen of een toekomstig wetgevend ingrijpen, die aan particulieren, zoals concessiehouders, zou toelaten het repertorium van voertuigen te raadplegen wel te verantwoorden valt met een wettig doel. Dit wettig doel is: “ ’s lands veiligheid, de openbare veiligheid, het economisch welzijn van het land, de openbare orde, het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.”

Mijns inziens zou een ‘inzagerecht’ van concessiehouders van openbare dienst niet gerechtvaardigd zijn door enigerlei wettig doel. Het niet betalen van een concessievergoeding een particuliere concessiehouder heeft geen uitstaans met één van hoger vermelde doelen.

Dit overstijgt precies toch net iets het niveau van cafépraat.
Die uitspraak schept bovendien een precedent; de vraag blijft wel hoeveel gelijkaardige zaken er al hetzelfde vonnis hebben gekregen en in hoeveel zaken de rechter partij koos voor de concessiehouder.