Artikel 12. Verplichting voorrang te verlenen
12.2. De bestuurder die een kruispunt oprijdt moet dubbel voorzichtig zijn ten einde alle ongevallen te voorkomen.
Vraag : is artikel 12.2 van toepassing voor elke bestuurder, of alleen voor de bestuurders die voorrang moeten verlenen volgens de titel van artikel 12?
Verduidelijking : moet een bestuurder die op een weg met B9 waar 90 km per uur gereden mag worden op elk kruispunt, (dus bij elke zijstraat waar een B1 of B5 staat) zijn snelheid aanpassen aan de zichtbaarheid om dubbel voorzichtig het kruispunt te kunnen oprijden?
Dank voor antwoord
Wat is
een kruispunt oprijden ? Enkele gekende bepalingen in de ring gooien :
2.9. "Kruispunt" : de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen.
2.5. "Pad" : een smalle openbare weg die alleen het verkeer toelaat van voetgangers en van voertuigen die geen bredere dan de voor voetgangers vereiste ruimte, nodig hebben.
2.6. "Aardeweg" : een openbare weg die breder is dan een pad en die niet voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.
De aardeweg verliest zijn hoedanigheid niet zo hij enkel bij zijn aansluiting met een andere openbare weg het uitzicht van een rijbaan heeft.
Tja dan staat daar:
12.2. De bestuurder die een kruispunt oprijdt moet dubbel voorzichtig zijn ten einde alle ongevallen te voorkomen.
Ander vb, wat doen "de miljoenen 90/120 kmh snelle voertuigen" op de snelwegrijstroken bij
elke snelwegoprit waar een B1 voor de oprijdende bestuurders geldt ? Mogen die nog normaal snel rijden op een snelweg als er enkele voertuigen willen invoegen (dus zonder het achteropkomend verkeer te hinderen) ?
Wat alerter zijn OK, maar waarom verbinden sommige (
jij @ mazda blijkbaar

) voorzichtigheid altijd aan de gereden snelheid van het voorrangsverkeer en niet andersom ?
Daarbij moet deze zelfs voldoende snel rijden om veilig in te voegen op de snelweg, best even snel of sneller als het snelwegverkeer op de aanliggende rijstrook. Dat is idd zijn snelheid aanpassen (naar boven), maar dan door diegene die voorrang moet verlenen.
Het is zeer moeilijk een aparte verkeersregel te interpreteren (zeker de nietszeggende/vage 12.2) zonder met alle verkeersregels en alle omstandigheden rekening te houden. Enerzijds artikel 12.2 staat nooit los van de andere verkeersregels, alle artikels in artikel 12 is één context, dit om te beginnen (
zie ook post hierboven)
Anderzijds voor aangepaste snelheid is vooral ook Art 10 richtingwijzend.
De snelheid-foei-propaganda heeft zo zijn sporen nagelaten en wordt dikwijls verkeerd begrepen. Een kruispunt
gepast snel (Art 10) oversteken of oprijden is altijd veiliger als te traag.

Artikel 10. Snelheid
10.1.
1° Elke bestuurder moet zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de aanwezigheid van andere weggebruikers, in ’t bijzonder de meest kwetsbaren, de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig; zijn snelheid mag geen oorzaak zijn van ongevallen, noch het verkeer hinderen.
2° De bestuurder moet, rekening houdend met zijn snelheid, tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veiligheidsafstand houden.
3° De bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.
10.2. Geen enkele bestuurder mag de normale gang van andere bestuurders hinderen door abnormaal traag te rijden wanneer daar geen geldige reden toe is, of door plots te remmen wanneer dit niet om veiligheidsredenen vereist is.