Jozef,
Leg mij eens uit wat de 'correcte stuurtechniek' is. Je kan best een nieuwe draad openen want ik denk dat het een lange discussie kan worden.
Enkele tips:
Een goede stuurtechniek begint met een goede houding aan het stuur:
- Zorg ervoor dat je linker been nog lang niet gestrekt is als je het koppelingspedaal volledig intrapt, maar ook dat je bovenbenen voldoende gesteund worden door de zitting en je comfortabel zit.
- Zet de rugleuning zodanig recht, dat je je polsen op de bovenrand van het stuurwiel kunt leggen en je schouderbladen daarbij nog een goed contact hebben met de rugleuning. Het is in onze schouders en ons zitvlak dat we onderweg zullen voelen wat de wagen doet (de linker voet op de voetsteun plaatsen helpt ook hierbij).
- Voor het geval de wagen over kop gaat, zorgen we ervoor dat we onze vuist tussen de bovenkant van ons hoofd en het dak kunnen plaatsen.
- Het heeft niet rechtstreeks met stuurtechniek te maken, maar uiteraard stellen we veiligheidshalve ook de hoofdsteunen correct af, evenals de spiegels, en dragen we de veiligheidsgordel zoals het hoort (niet verdraaid, voldoende aangespannen, en niet op de buik maar over het bekken).
Wat de plaatsing van de handen op het stuurwiel betreft, kunnen we het nauwkeurigst sturen als ze zich aan de uiteinden van een diagonaal van het stuurwiel bevinden (de 10 over 10 plaatsing is evenwel minder vermoeiend op rechte stukken).
In een bocht trekken we niet aan het stuurwiel, doch duwen we eraan met de rechter hand voor een bocht naar links en met de linker hand voor een bocht naar rechts. Het voelt in het begin een beetje onwennig aan als je het niet gewoon bent, maar we kunnen zo veel nauwkeuriger sturen.
Hoe minder we de handen moeten verplaatsen bij het nemen van een bocht, hoe beter. Zo nodig plaatsen we dus vóór een bocht naar links de linker hand aan de bovenkant van het stuurwiel en de rechter hand aan de onderkant. Zo kunnen we het stuurwiel 3/4 slag verdraaien zonder onze handen te verplaatsen. In een bocht naar rechts wordt dat dan de rechterhand aan de bovenkant van het stuurwiel en de linker hand aan de onderkant van het stuurwiel.
We nemen een bocht zo ruim mogelijk. Laten we even uitgaan van een weg met één rijstrook voor elke rijrichting, wijl die rijstroken gescheiden zijn door een onderbroken witte streep. Een bocht naar links beginnen we dan zo ver mogelijk aan de rechter kant van onze rijstrook, in het midden van de bocht bevinden we ons zo dicht mogelijk bij de onderbroken witte streep, en we verlaten de bocht weer zo ver mogelijk aan de rechter kant. Het omgekeerde geldt natuurlijk voor een bocht naar rechts. Enkel een haarspeldbocht naar links nemen we volledig aan de buitenkant, en een haarspeldbocht naar rechts volledig zo dicht mogelijk bij de onderbroken witte streep.
Kijken naar waar we willen rijden in plaats van naar de obstakels helpt ook hier zeer veel.
Wat we op de openbare weg niet doen is door een bocht "zagen" (de wagen met korte rukjes aan het stuurwiel er insturen).
Wat we ook niet doen, is het stuurwiel terug naar de rechtuitstand laten keren door het door onze handen te laten glijden.
We plaatsen natuurlijk onze handen nooit nabij het midden van het stuurwiel, want als de airbag dan geactiveerd wordt, slaat hij onze handen tegen ons aangezicht.
Het stuurwiel ook niet stevig vastgrijpen met de duimen, dat vermijdt gebroken duimen bij een aanrijding.
Ik denk dat ik zo hier al wat belangrijke punten aangehaald heb. Graag aanvulling waar nodig.