Inazuma,
Ik ben zeer aangenaam verrast dat jij den Tienne ook mee probeert te overtuigen terug te keren naar de situatie van voor 2001.
Aan allen,
Ik zou willen oproepen aan allen die deze draad volgen en het ook met me eens zijn eveneens een e-mail te sturen met dezelfde vraag. Wat wij willen is dat men de woorden "behalve voor de regeling van het linksafslaand verkeer' terug schrapt uit het MB. Het KB over de verkeerslichten voorlopig ongewijzigd laten en de wegbeheerder verplichten de cirkelvormige lichten (waar ze gecombineerd werden met pijlen) zo snel mogelijk te veranderen in pijlvormige lichten.
Het zou fijn zijn dat we als chritophoros-forumers iets positiefs kunnen veranderen aan het belabberd verkeersbeleid.
Zet eventueel je verstuurde mail hier op het forum maar nog liever de reacties die je terugkrijgt.
Ik heb mijn laatste mail vertuurd naar
info@schouppe.fed.be en
info@premier.fed.beDe mail die ik gisteren ontving kwam van
Marc.Vansnick@schouppe.fed.be. Daar kan je dus ook proberen.
Succes en alvast bedankt.
Hier nog eens de tekst die ik al verschillende keren heb verzonden. (enkel de foto's lukken me voorlopig niet)
- Driekleurige verkeerslichten aangevuld met driekleurige verkeerslichten in de vorm van pijlen voor de regeling van het links afslaand verkeer. -
In artikel 61 van het Koninklijk besluit (KB) van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. (B.S. 09.12.1975) worden ons de driekleurige verkeerslichten voorgesteld en zegt de wetgever hoe we ons moeten gedragen wanneer we deze lichten tegenkomen.
“Artikel 61: Driekleurige verkeerslichten
61.1. De driekleurige verkeerslichten zijn cirkelvormig en hebben de volgende betekenis :
1° rood licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf, voorbij te rijden;
2° vast oranjegeel licht betekent dat het verboden is de stopstreep of, zo er geen stopstreep is, het verkeerslicht zelf voorbij te rijden, tenzij de bestuurder bij het aangaan van dat licht het teken zo dicht genaderd is, dat hij niet meer op voldoende veilige wijze kan stoppen; zo dit licht bij een kruispunt geplaatst is, mag de bestuurder, die de stopstreep of het licht in dergelijke omstandigheden voorbijgereden is, het kruispunt evenwel slechts oversteken op voorwaarde de andere weggebruikers niet in gevaar te brengen;
3° groen licht betekent dat het verkeerslicht mag voorbijgereden worden;
4° het rode licht, het vast oranjegeel licht en het groene licht mogen respectievelijk vervangen worden door één of meer rode, oranjegele of groene pijlen. Deze pijlen hebben dezelfde betekenis als de lichten maar het verbod of de toelating is beperkt tot de richtingen die door de pijlen aangegeven worden;
5° wanneer één of meer bijkomende lichten in de vorm van één of meer groene pijlen tegelijk met een rood licht of een oranjegeel licht branden, betekenen de pijlen dat alleen in de richtingen die door de pijlen worden aangeduid mag voortgereden worden, op voorwaarde dat voorrang verleend wordt aan de bestuurders die op regelmatige wijze uit andere richtingen komen en aan de voetgangers;”
Belangrijk: Vervangen is niet gelijk aan combineren of aanvullen.
Sedert de invoering van artikel 3.3.1. derde lid van het Ministerieel besluit (MB) van 11 oktober 1976 houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens (B.S. 14.10.1976) :”Het is verboden, voor de regeling van het verkeer bij dezelfde toegang van een kruispunt, het stelsel met pijlen die de lichten van het driekleurig stelsel vervangen, te combineren met een ander stelsel van verkeerslichten, behalve voor de regeling van het linksafslaand verkeer.” (deze tekst werd van kracht op 15 november 2001) plaatst de wegbeheerder op tal van plaatsen een combinatie van ronde lichten en pijlvormige lichten die beiden in een driekleurig stelsel werken.
Uit artikel 61.1.4° van het KB van 1/12/1975 blijkt dat de combinatie van ronde lichten en pijlvormige lichten die beiden in een driekleurig stelsel werken niet voorzien is. De gecombineerde verkeerslichten zijn dus niet overeenkomstig de voorschriften van het KB. Als deze combinatie niet voorzien is kan men ook niet weten welk gedrag men moet stellen in voorkomend geval.
In artikel 5 van hetzelfde KB staat dat: “De weggebruikers moeten de verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen in acht nemen wanneer deze regelmatig zijn naar de vorm, voldoende zichtbaar zijn en overeenkomstig de voorschriften van dit reglement zijn aangebracht.” ‘Dit reglement’ betekent in deze zin het KB van 1/12/1975. Daarom moet men deze combinatie van lichten niet in acht nemen.
Natuurlijk zullen sommigen beweren dat je in ieder geval niet naar links mag afslaan zolang de naar links gerichte rode pijl brandt.
Juist. Behalve als er gelijktijdig een groen rond licht brand want dat geeft je de toelating om verder te rijden. Zowel rechtdoor als naar links als naar rechts.
Anderen halen artikel 60.2. van het KB van 1/12/1975 erbij. Daar staat: “De Minister van Verkeerswezen bepaalt de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens die niet in dit reglement voorzien zijn, evenals de manier waarop de werken en verkeersbelemmeringen moeten gesignaleerd worden.”
Zelfs al zou je je in moeilijke bochten willen wringen om artikel 60.2. van het KB samen met artikel 3.3.1. van het MB van 11/10/1976 de combinatie van de verkeerslichten te laten wettigen. Artikel 5 van het KB blijft deze piste onmogelijk maken omdat je het MB nodig hebt om de lichten te wettigen terwijl we enkel de verkeerslichten die overeenkomstig het KB zijn aangebracht in acht moeten nemen.
Bovendien gaat het wel degelijk om verkeerstekens die in het reglement voorzien zijn (bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens die niet in dit reglement voorzien zijn). Alleen de combinatie van de ronde en pijlvormige lichten is niet voorzien.
foto1 foto2
(Vooral op foto 1 bestaat het gevaar dat de bestuurder van de bestelwagen het rode pijllicht voorbij zal rijden. Dit kan gebeuren zonder dat de bestuurder dit opmerkt. Hij kan aan zijn rechterzijde het groene licht zien branden en de lichten boven de rijstrook niet opmerken omdat zij buiten zijn gezichtsveld vallen. Hij zal doorrijden zonder besef van een eventueel probleem. Op foto 2 stelt dat probleem zich minder, omdat de lichten in één toestel geplaatst zijn, maar verwarring valt niet uit te sluiten.)
Nu we niet meer anders kunnen dan het probleem erkennen moet er naar een oplossing gezocht worden.
De meest voorgestelde oplossing is de combinatie van de lichten gewoon in het KB inschrijven. Probleem van de baan zou je denken.
Niet waar. De lichten zoals op de foto blijven tegenstrijdige signalen sturen. Iedere goedmenende bestuurder kan wel eens het ronde groene licht opmerken zonder de rode pijl gezien te hebben. Zo kan je zonder je het weet een ernstige overtreding begaan.
De oplossing bestaat erin om in het derde lid van artikel 3.3.1. van het MB van 11/10/1976 de woorden ‘behalve voor de regeling van het linksafslaand verkeer’ te schrappen en de verkeerslichten terug te normaliseren d.w.z. ofwel ronde lichten, ofwel enkel pijlvormige lichten. Dit hoeft trouwens niet duur te zijn. Het aanbrengen van een pijlvorm rechtdoor en rechts (bij de foto’s boven) is een kleine investering in een grotere duidelijkheid en we voorkomen ‘onschuldige’ slachtoffers.